logo fairtrans

Waardering

Waardering van ondernemingen is complex. Er bestaan verschillende waarderingsmethoden die in de praktijk worden gebruikt. We zullen enkele methoden hieronder de revue laten passeren. U dient alleen wel altijd één ding goed op uw netvlies te houden: waarde en prijs zijn NIET gelijk en kunnen soms zelfs ver uit elkaar liggen. We leggen u graag in een persoonlijk gesprek uit hoe dat komt.

Voordat de waarde van een onderneming kan worden bepaald, moet u eerst de cijfers normaliseren. Eerst schrapt u alle kosten en opbrengsten die geen deel uitmaken van de feitelijke bedrijfsvoering. Vervolgens corrigeert u de cijfers met posten die hier juist wel in thuishoren. Tenslotte past u de cijfers aan voor eventuele buitengewone baten en/of lasten. 

Voor de liefhebbers volgen hieronder enkele gangbare waarderingsmethoden. Zoals gezegd is waardering van een onderneming complex. Niet een bepaalde methode, maar juist inzicht bepaalt de prijs.

Discounted Cashflow Methode

Voor ondernemingen die in de toekomst grote schommelingen in de cashflow gaan laten zien, is de discounted cashflow methode (DCF) de juiste weg.

DCF gaat uit van de cashflow. Eigenlijk is dat het enige wat telt. DCF is dan ook de meest bruikbare waardeingsmethode. Winst is een boekhoudkundig gegeven. Cash = cash. DCF zet de verwachte cashflows op een rij en maakt deze contant naar het heden. En dan hebben we meteen de twee grootste problemen te pakken die aan DCF kleven. Toekomstige cashflows berekenen en deze contant maken. Cashflows voorspellen zal altijd in overleg met de verkoper moeten gebeuren. Die heeft immers vaak het beste zicht op zijn onderneming en de markt.

De toekomst valt uiteen in twee delen. Het eerste deel is de calculatieperiode, vaak de eerste vijf jaar. In het cashflowoverzicht is berekend wat de uitgaven en inkomsten zijn in die jaren. Inclusief investeringen, maar exclusief aflossingen en de rente over leningen.

De tweede stap is berekenen hoe het na die vijf jaar zal gaan verlopen, de zogenaamde 'handhaafbare' cashflow.

Nu kunnen de cashflows contant worden gemaakt. Daarbij speelt de discontovoet een sleutelrol. Bij DCF is de berekening van de rentevoet echter net even anders geregeld dan bij de Rentabiliteitswaarde. Allereerst worden de rendementseisen bepaald van zowel het eigen als het vreemd vermogen. De eis voor het eigen vermogen hangt af van het soort bedrijf. Hoe hoger het risico, hoe hoger het vereiste rendement. Vergelijk het maar met de echte aandelenbeurs. Met de build-upmethode wordt een rendementseis berekend. Hierbij wordt uitgegaan van een basisrendement, met daar bovenop een marktpremie en een risicopremie. Een marktpremie is een vergoeding/rendement die beleggers maken die in soortgelijke bedrijven op de beurs beleggen. De risicopremie staat voor het specifieke ondernemingsrisico. Vreemd vermogen kunt u voor stel ca. 6,5% lenen bij de bank. Omdat de rente fiscaal aftrekbaar is, blijft er dan ca. 4% over. Aan de hand van de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen wordt de gewogen gemiddelde rentabiliteitseis bepaald. Wat betekent dit? Aangezien eigen vermogen altijd meer moet opleveren dan vreemd vermogen, zal de disconteringsvoet stijgen naarmate het benodigd eigen vermogen voor de overname groter is. Dit houdt in dat de contante waarde van de cashflow lager is en dat de waarde van de onderneming dus daalt. Zijn de cashflows contant gemaakt, dan gaan daar de rentedragende schulden vervolgens nog vanaf. Immers, uit de cashflows worden de rente en aflossingen betaald. De overtollige geldmiddelen worden er tenslotte bij opgeteld.

Adjusted Present Value Methode

Een uitbreiding op de DCF is de Adjusted Present Value. Het enige verschil met de DCF is dat hier gerekend wordt met wisselende verhoudingen tussen vreemd en eigen vermogen.

Rentabiliteitswaarde Methode

Heeft een onderneming vooruitzicht op stabiele financiële resultaten, dan kan de Rentabiliteitswaarde methode een optie zijn.

De basis van deze berekening is gelijk al een gevaarlijke, namelijk de winst. En we weten inmiddels wel dat winst een rekbaar begrip is. Laten we er toch van uitgaan dat de winst correct is berekend. Uitgangspunt van deze methode is het contant maken van de gemiddeld haalbare toekomstige nettowinst. Deze nettowinst wordt bepaald aan de hand van de behaalde historische winsten. Hierbij worden de historische winsten genormaliseerd. Zie hierboven wat dat is.

Contant maken gaat met een discontovoet. In deze methode is die gelijk aan het rendement dat u wilt maken op het geïnvesteerde vermogen. De grote vraag is dus: wat is een acceptabele rendementseis? Hiervoor is een berekeningsmethode beschikbaar. Allereerst pakt u het percentage dat u met een risicoloze belegging maakt zoals 10 jarige staatsobligaties. Stel 5%. Dit rendement wilt u sowieso maken. Vervolgens berekent u een opslag aan de hand van het risico dat u loopt met de investering. Bekeken wordt welke beursgenoteerde bedrijvengroep het beste bij het te waarderen bedrijf past. Het risicopercentage dat bij deze bedrijven past, is de opslag. Voor elke bedrijfstak is die opslag logischerwijs verschillend. Ze loopt uiteen van 3 tot 10%. Daarbovenop komt voor mkb-bedrijven veelal nog een kleinschaligheidspercentage, want een klein bedrijf is meer vatbaar voor gevaren van buitenaf dan een grote kolos.

Stel de uitkomst is 16,5%. De koper wil dan dus minimaal 16,5% rendement maken op zijn geïnvesteerde vermogen. Is de verwachte winst 100, dan mag de investering hoogstens (100/16,5%) = 600 zijn. Is de investering hoger, dan is het bedrijf mogelijk te duur en zou u er achter moeten komen waarom er meer wordt gevraagd.

Verbeterde Rentabiliteitswaarde Methode

Een variant op de Rentabiliteitswaarde is de Verbeterde rentabiliteitswaarde. Deze variant houdt rekening met de huidige verhouding tussen eigen en vreemd vermogen. Hierbij worden de rentelasten in de winst gecorrigeerd naar een normaal/gewenst niveau. De bepaalde waarde wordt vervolgens nog gecorrigeerd voor het tekort/overschot aan eigen vermogen.

Intrinsieke Waarde Methode

De intrinsieke waarde is de actuele waarde van de bezittingen minus de actuele waarde van de schulden. Feitelijk is de intrinsieke waarde gelijk aan het eigen vermogen, zoals dat uit de balans blijkt, plus de stille reserves minus de latente belastingschuld. Stille reserves zijn de meerwaarde van de bezittingen boven de waarde waarvoor deze op de balans staan. Over deze meerwaarde moet bij een uiteindelijke verkoop in de toekomst belasting worden betaald. Dit noemt men een latente belastingschuld.

Hoewel deze methode duidelijke informatie verschaft over wat er aanwezig is in de onderneming is de methode niet toekomst-georiënteerd en geeft het geen indicatie omtrent de winstgevendheid van de onderneming. Ook wordt er geen rekening gehouden met de overeenkomsten die niet in de balans zijn opgenomen, zoals bijvoorbeeld leasecontracten.

Liquidatiewaarde Methode

In afwijking op de eerder besproken waarderingsmethoden, gaat de liquidatiewaarde uit van stoppen van de onderneming. De liquidatiewaarde is gelijk aan de direct realiseerbare opbrengsten van alle activa minus alle schulden en de kosten die verbonden zijn met de liquidatie.

Het nut van de bepaling van de liquidatiewaarde, is dat dit de absolute minimumwaarde van de onderneming aangeeft. Het voordeel is ook, dat deze waarde betrekkelijk eenvoudig en met grote mate van zekerheid is te bepalen. Als de onderneming echter wordt voortgezet dan is de liquidatiewaarde geen goede indicatie van de werkelijke waarde.

Vrijblijvende afspraak

Wilt u uw onderneming laten waarderen of wilt u meer weten over bedrijfswaardering? We komen graag bij u langs om van gedachten te wisselen over allerlei aspecten die bij de waardering van uw onderneming een rol kunnen spelen.

U kunt ons bellen of mailen voor een afspraak. We helpen u graag.

Laatste nieuws:
Nieuw profiel
grootschalige
melkproductie
Australië

Op de
hoogte blijven?

FairTrans is Official Partner van: cfie logo 1